Een theorie eerst, een beeld daarna
Waar dada afbrak, wilde het surrealisme iets vinden. De groep rond André Breton nam in 1924 de nieuwe psychologie serieus en ging ervan uit dat onder het redelijke denken een tweede, rijkere laag ligt: de droom, de verspreking, de associatie.
De kunst kreeg daarmee een opdracht die eerder bij de wetenschap hoorde. Niet mooi maken, maar boven water halen. Vandaar het automatisch tekenen, de spelletjes waarbij niemand ziet wat de vorige deed, en de fascinatie voor toevallige ontmoetingen tussen dingen die niets met elkaar te maken hebben.
Waarom het zo netjes geschilderd is
Dat is de tegenstelling die het surrealisme zijn kracht geeft. Een onmogelijk tafereel dat schetsmatig is weergegeven, blijft een fantasie. Hetzelfde tafereel met de precisie van een oude meester wordt verontrustend, want dan lijkt het te bestaan.
Daarom kiezen de bekendste surrealisten voor een zorgvuldige, bijna ouderwetse techniek: heldere contouren, correcte schaduwen, een keurig perspectief. Alle vormregels blijven overeind; alleen de inhoud is losgeslagen.
Ik noem dat wel eens de leugen met de vaste hand. Hoe overtuigender het handschrift, hoe harder de inhoud aankomt.
De Chirico: het plein waar niemand is
Het werk hierboven komt van vlak vóór de beweging en is er misschien wel het zuiverste voorbeeld van. De Chirico schilderde vanaf 1910 Italiaanse pleinen met arcaden, een klok, een standbeeld en één of twee minuscule figuren met lange schaduwen.
Er gebeurt niets, en juist daardoor lijkt er van alles op het punt te staan. Kijk naar de schaduwen: die vallen niet allemaal dezelfde kant op. Kijk naar de klok, die de tijd aangeeft in een beeld waarin tijd geen rol lijkt te spelen. En kijk naar de bogen, die te donker zijn om in te kijken.
Breton en de zijnen herkenden dit onmiddellijk als wat zij zochten en riepen De Chirico uit tot voorloper. Hij is dat ook, al heeft hij zich later van de beweging afgekeerd.
Waaraan u het herkent
Aan een onmogelijke combinatie, netjes uitgevoerd: een locomotief in een woonkamer, een klok die smelt, een gezicht van fruit.
Aan lege ruimte en te lange schaduwen.
Aan titels die het beeld niet uitleggen maar er dwars op staan.
En aan de kalmte. Surrealistische schilderijen schreeuwen zelden. De ontregeling zit in de inhoud, niet in de uitvoering — en dat maakt haar hardnekkiger.
