Niet de stijl maar het onderwerp is de breuk
Bij de meeste stromingen verandert de manier van schilderen. Bij het realisme verandert vooral wie er in beeld mag. Dat klinkt bescheiden en het was in 1850 het grootste schandaal van de Franse kunstwereld.
De achtergrond is de academische rangorde. Een schilderij van een Bijbels of klassiek onderwerp stond bovenaan en mocht groot zijn; een dorpstafereel stond onderaan en hoorde klein te blijven. Wie die volgorde omkeerde, deed een uitspraak over de samenleving, niet alleen over kunst.
Zes meter dorpsbegrafenis
Precies dat deed Courbet met het werk hierboven. Een begrafenis in zijn eigen dorp Ornans, geschilderd op een doek van meer dan zes meter breed — het formaat van een veldslag of een kroning.
Kijk hoe het is opgebouwd. Er is geen hoofdpersoon. De rij loopt door tot buiten beeld, de gezichten zijn portretten van bestaande dorpelingen, en niemand doet iets verhevens. De priester leest, een koorknaap kijkt weg, een hond snuffelt aan de grond. Het open graf ligt vooraan en is bijna leeg.
De criticus die schreef dat dit "lelijke mensen op ware grootte" waren, had feitelijk gelijk en begreep niet dat dat het punt was.
Wat het realisme wel en niet is
Het is niet fotografisch. Realistische schilders werken vaak grof, met een paletmes en zichtbare verf, en ze componeren net zo hard als iedereen.
Het is ook niet neutraal. "Toon mij een engel en ik zal er een schilderen" zei Courbet, en dat is een politieke uitspraak in de vorm van een grap. Realisme betekent: het zichtbare, het aanwezige, het controleerbare — en daarmee impliciet een afwijzing van de verheven onderwerpen waarmee de macht zichzelf placht af te beelden.
Wat het wél is: aandacht. Kleren van boeren worden met evenveel zorg geschilderd als eerder een bisschopsmantel. Die verschuiving van zorg is de eigenlijke revolutie.
Het spoor dat het achterlaat
Zonder realisme geen impressionisme. De impressionisten namen het gewone onderwerp over en verlegden de aandacht vervolgens van het onderwerp naar het licht.
En zonder realisme geen sociale documentaire, geen Van Gogh in de Borinage, geen Israëls. In Nederland loopt de lijn zichtbaar door tot in de Haagse School, waar de vissersvrouw en de spitter dezelfde ernst krijgen als Courbets dorpelingen.
Als u ergens een negentiende-eeuws doek ziet waarop iemand gewoon staat te werken en het niet zoet is, kijkt u waarschijnlijk naar de nakomelingen van deze begrafenis.
