Het probleem dat het kubisme oplost
Sinds de renaissance kijkt een schilderij vanaf één plek. Dat is een aanname, en het kubisme was de eerste stroming die haar hardop in twijfel trok.
De redenering gaat zo. Als u om een tafel heen loopt, weet u aan het eind meer over die tafel dan de camera op één plek. Waarom zou een schilderij dan één van die standpunten kiezen en de rest weggooien? Zet ze allemaal op het doek, dan geeft u weer wat u werkelijk van dat voorwerp weet.
Het resultaat is een beeld dat er onlogisch uitziet en dat in zekere zin méér waar is dan een gewoon portret.
Hoe dat er in de praktijk uitziet
Vormen worden opengebroken in facetten en over het vlak uitgespreid. Een gezicht kan tegelijk en profil en en face zijn; een viool kan zijn voorkant, zijkant en klankgat tegelijk laten zien.
De kleur wordt in de eerste fase bewust teruggebracht tot grijs, oker en bruin, zodat de vorm alle aandacht krijgt. Later, in wat het synthetisch kubisme heet, komt de kleur terug en worden er ook echte materialen op het doek geplakt: krantenpapier, behang, etiketten.
Het werk hierboven zit aan de vroege, kleurrijke rand van de beweging. Delaunay bouwt het hoofd op uit losse gekleurde vlakjes die elk hun eigen lichtwaarde hebben. Kijk hoe de achtergrond uit dezelfde vlakjes bestaat als het gezicht: de figuur is niet vóór de ruimte gezet maar eruit opgebouwd. Dat is de kubistische ingreep in haar eenvoudigste vorm.
Waaraan u het herkent
Aan facetten en scherpe randen waar in werkelijkheid ronding zit.
Aan het ontbreken van diepte: alles is naar voren geschoven tot vlak achter het doekoppervlak.
Aan letters en cijfers. Zodra er een stukje krantenkop of een fragment van een woord in het beeld ligt, zit u bijna zeker in het kubisme of in wat daaruit voortkwam.
En aan het onderwerp, dat opvallend huiselijk is. Geen drama's maar gitaren, kranten, flessen, kaarten en pijpen. Het ging de kubisten niet om waar het over ging.
Waarom het zo veel losmaakte
Omdat het de laatste zekerheid opruimde. Als het standpunt van de kijker niet meer vastligt, ligt niets meer vast, en dat is precies wat de daaropvolgende twintig jaar laten zien: futurisme, constructivisme, De Stijl en de abstractie komen alle vier uit deze opening.
Dat het gelijktijdig gebeurde met Einstein en met de eerste vliegtuigen is geen bewijs van iets, maar het is ook geen toeval. Een cultuur die leert dat tijd en plaats betrekkelijk zijn, krijgt schilderijen waarop hetzelfde geldt.
