De handtekening is het zwakste bewijs
Laat ik beginnen met het misverstand dat ik het vaakst tegenkom. Mensen wijzen op een signatuur alsof daarmee de zaak rond is.
Een handtekening is juist het gemakkelijkst na te maken onderdeel van een schilderij. Bovendien werd er in de zeventiende eeuw volop gesigneerd door werkplaatsen: de meester zette zijn naam onder werk van leerlingen, want de naam was het merk.
Omgekeerd zijn er talloze onbetwiste meesterwerken zonder enige signatuur. De handtekening is dus hooguit een aanwijzing, en soms eerder een waarschuwing — vooral als hij verdacht goed leesbaar in de hoek staat.
Herkomst is de ruggengraat
Wat wél telt is de provenance: de aaneengesloten reeks eigenaren vanaf het atelier tot vandaag. Veilingcatalogi, boedelbeschrijvingen, verzekeringspapieren, tentoonstellingslijsten.
Een sluitende reeks is zeldzaam en waardevol. Een reeks met een gat van vijftig jaar is niet meteen verdacht — er is veel papier verloren gegaan — maar het gat moet wel verklaarbaar zijn.
Eén periode vraagt bijzondere aandacht, en dat is 1933 tot 1945. Werk dat in die jaren van eigenaar wisselde, kan geroofd of onder dwang verkocht zijn. Musea doen daar tegenwoordig gericht onderzoek naar, en terecht: herkomst is hier geen kunsthistorische puzzel maar een kwestie van recht.
Wat het materiaal verraadt
Daarnaast is er het onderzoek aan het werk zelf, en dat is de laatste decennia enorm verbeterd.
Röntgen laat zien wat eronder zit: een eerdere compositie, een verplaatste arm, een dichtgeschilderd hoofd. Infrarood toont de ondertekening, de schets waarmee de schilder begon — en dat is bijna een vingerafdruk, want elke hand tekent anders.
Pigmentanalyse levert harde grenzen op. Pruisisch blauw bestaat pas vanaf ongeveer 1706, titaanwit pas vanaf de twintigste eeuw. Zit dat in een werk dat uit 1650 zou stammen, dan is het gesprek voorbij.
De restauratrice op de foto hierboven doet iets wat daar dicht tegenaan ligt: wie een oppervlak millimeter voor millimeter behandelt, leest het werk grondiger dan wie er ooit naar kijkt.
Toeschrijven is een oordeel, geen meting
Zelfs met alle techniek blijft de laatste stap menselijk. Of dit een Rembrandt is of een leerling die uitstekend keek, is een afweging van tientallen kleine waarnemingen — en er zijn beroemde gevallen waarin commissies van elkaar afweken en later terugkwamen op hun oordeel.
Dat is geen zwakte van het vak maar de aard ervan. Kunstgeschiedenis is een geesteswetenschap; zij levert het best onderbouwde oordeel, niet het definitieve.
Wees daarom wantrouwend bij stelligheid. Wie u zonder aarzeling vertelt dat iets echt is, heeft óf het onderzoek gedaan en kan het laten zien, óf iets te verkopen. En voor de goede orde: ik doe op deze site geen taxaties en geen echtheidsverklaringen. Daarvoor hoort u bij een gecertificeerd taxateur.
