EditieNº MMXXVI · 2026
Onafhankelijke uitgavemaandag 10 augustus 2026

Kijken naar schilderkunst en beeldhouwwerk, en uitleggen wat je ziet
Na 1945

Cobra: het kind, het dier en de vrije hand

Kopenhagen, Brussel en Amsterdam vormden na de oorlog een kortstondige groep die alles wilde afleren. Wat Cobra zocht en wat het opleverde.

Karel Appel, medeoprichter van Cobra, geportretteerd met snor, ronde bril en sjaal
Foto: Marcel Antonisse / Anefo — CC BY-SA 3.0 nl · Wikimedia Commons

Drie steden, drie jaar

De naam is een samenstelling van Kopenhagen, Brussel en Amsterdam, en de groep bestond van 1948 tot 1951. Kort dus, en toch bepalend voor hoe Nederland naar naoorlogse kunst kijkt.

De leden — Appel, Constant, Corneille, Jorn, Alechinsky en anderen — hadden een gedeelde weerzin: tegen de academie, tegen het strakke geometrische abstracte werk dat toen in Parijs de dienst uitmaakte, en tegen kunst als goede smaak.

Wat zij zochten was het omgekeerde: het ongeschoolde, het directe, het onaffe. Zij keken naar kindertekeningen, naar volkskunst, naar prehistorische figuren en naar wat toen nog primitieve kunst werd genoemd.

Wat u op het doek ziet

Felle, bijna ongemengde kleur, dik opgezet en vaak met de tube of het paletmes. Zwarte contourlijnen die er achteraf overheen zijn gezet. En figuren die net herkenbaar blijven: een vogel, een kat, een gezicht met te grote ogen.

Dat halfherkenbare is essentieel. Cobra is geen abstracte kunst — er zit bijna altijd een wezen in — maar het is ook geen afbeelding. Het is een figuur zoals die uit de hand komt als u er niet over nadenkt.

De beroemde uitspraak van Appel, dat hij maar wat aanrommelde, was half kokette en half serieus. Wie zijn doeken van dichtbij bekijkt, ziet dat de verf met enorme snelheid is aangebracht en dat er daarna nauwelijks meer aan gesleuteld is. Dat is een keuze die u maar één keer per doek kunt maken.

De man op de foto

Hierboven ziet u geen schilderij maar Karel Appel zelf, geportretteerd in de jaren zeventig. Dat heeft een praktische reden: het werk van Cobra is nog auteursrechtelijk beschermd en niet vrij te tonen.

Het is toevallig ook een goed beeld bij deze stroming. Appel was in Nederland lange tijd het gezicht van alles waar men zich aan ergerde in de moderne kunst — de opdracht in het stadhuis van Amsterdam die tot Kamervragen leidde, de rel rond zijn muurschildering. Voor een deel van het publiek was hij een oplichter, voor een ander deel de bevrijder.

Dat een schilder zo'n rol kan spelen, zegt iets over hoe hoog de inzet toen lag. Wat nu op koekjestrommels staat, was in 1950 een aanval op de goede smaak van een heel land.

Wat ervan blijft

In Nederland veel. De naoorlogse schilderkunst hier is voor een groot deel de nasleep van Cobra, en het Cobra Museum in Amstelveen houdt die lijn levend.

Belangrijker vind ik de verschuiving die zij afdwongen: dat spontaniteit een kwaliteit kan zijn en niet alleen een gebrek aan discipline. Dat is een gedachte die elke schilder sindsdien tegenkomt zodra hij een doek wil overwerken en zich afvraagt of hij het daarmee niet doodmaakt.

Veelgestelde vragen

Is Cobra hetzelfde als abstract expressionisme?
Ze ontstaan in dezelfde jaren en delen de nadruk op het gebaar, maar Cobra houdt vast aan herkenbare wezens en is kleiner van formaat. Het Amerikaanse werk laat de figuur helemaal los.
Waarom hield de groep zo kort stand?
Omdat het een verbond was van sterke individuen zonder gedeeld programma. Zodra de leden internationaal succes kregen, viel de noodzaak van de groep weg — precies zoals bij de meeste avant-gardebewegingen.